music

Mijn muzikale achtergrond

Van mijn 8ste tot mijn 12de ben ik naar de muziekschool geweest in Oudenaarde. Dat is 4 jaar notenleer en 3 jaar gitaarlessen, aangezien je pas na het eerste jaar notenleer met een instrument begint. Lange tijd wou ik als instrument viool kiezen. Maar tegen het einde van mijn eerste jaar notenleer heb ik plots beslist gitaarlessen te volgen i.p.v. vioollessen. Waarom precies weet ik niet meer, maar wellicht heeft het veel te maken gehad met het feit dat mijn vader ook gitaar speelt.

De lessen notenleer volgde ik niet zo graag, de theorie zei me niets. Zingen deed ik wel ontzettend graag, maar dan wel in groep. Individueel gaan zingen, zeker voor de klas, vond ik verschrikkelijk. Gitaar spelen deed ik graag maar de discipline om elke dag te spelen had ik op die leeftijd niet in me. Daar kon mijn gitaarleraar, mijnheer Schamp, niet om lachen. Hij was erg streng, vond ik, voor het kind dat ik toen was. Hij zag talent in me en wou dat eruit halen maar ik had het niet zo begrepen op zijn methodes. Wel slaagde ik zonder enig probleem voor de examens.

Op mijn 12de verhuisden we naar Gent. Ik was niet van plan een vervolg te breien aan mijn lessen notenleer en de gitaar was ik eigenlijk ook beu dus vaarwel zeggen aan de muziekschool was geen al te zware opdracht voor me. Mijn gitaar belandde in de kast en bleef daar voor ruim een jaar.

Op die leeftijd (12-13 jaar) begon ik meer interesse te krijgen voor muziek in het algemeen en na een poos kreeg terug zin om gitaar te gaan spelen. Op een avond heb ik m'n gitaar terug bovengehaald en ben ik klassieke stukken opnieuw beginnen inoefenen. Al gauw wou ik nieuwe stukken leren kennen dus ben ik verder in mijn muziekboek beginnen bladeren en ben op eigen houtje een aantal interessante stukken beginnen spelen. Dat ging eigenlijk heel vlot en 'k deed het heel graag. Zonder druk van buitenaf, gewoon omdat ik er zelf zin in had, speelde ik vrij de stukken die ik mooi vond, de rest liet ik links liggen. In die periode begon ik mijn eigen accenten te leggen: ik probeerde muziek te maken i.p.v. enkel noten te spelen.

Een aantal jaar bleef ik zo klassieke stukken spelen. Maar ik hoorde ook gitaarnummers op de radio die ik wel eens zou willen proberen. Dus daar begon ik mee. Langzaam maar zeker schakelde ik over van klassieke stukken spelen naar radionummers proberen coveren. Tegelijkertijd begon ik ook zelf simpele rifs uit te vinden.

Pas rond mijn 16de vond ik mijn liefde voor de zang terug. Ik was vergeten dat ik dat zo graag deed. Bij de nummers die ik speelde wou ik vanaf dan ook graag kunnen zingen. Pas toen ik begon te zingen werd muziek maken echt een passie voor mij. Ik speelde toen wekelijks wel enkele uren en sindsdien ben ik alleen maar meer gaan spelen en zingen. Eerst coverde ik veel nederlandstalige nummers van o.a. Kommil Foo en Raymond van het Groenewoud, later ook engelstalige nummers.